Telefoonnummer Hendrikx advocaten
+31 (0)297 - 25 00 18
Hendrikx advocaten

Geen lesbevoegdheid, reden voor ontslag?

03 november 2016

Onlangs heeft de Rechtbank Midden-Nederland een uitspraak gedaan die interessant is voor het bijzonder primair onderwijs waarop de WWZ van toepassing is. In deze zaak verzocht de werkgever (Vrije School) de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst van een leerkracht te ontbinden, omdat zij niet de lesbevoegdheid heeft om als groepsleerkracht in het basisonderwijs te werken. De Vrije school deed het verzoek tot ontbinding op de volgende gronden:

  1. Primair wegens ongeschiktheid van de werknemer voor haar functie (disfunctioneren)
  2. Subsidiair wegens het bestaan van een verstoorde arbeidsverhouding
  3. Meer subsidiair wegens andere gewichtige omstandigheden

De kantonrechter heeft het verzoek op alle gronden afgewezen om de volgende redenen.

1. Disfunctioneren van de leerkracht

Ontslag is mogelijk indien de werkgever aantoont dat de werknemer ongeschikt is voor het verrichten van de bedongen arbeid, anders dan ten gevolge van ziekte of gebreken, en hij de werknemer hiervan tijdig in kennis heeft gesteld en hem in voldoende mate in de gelegenheid heeft gesteld om zijn functioneren te verbeteren. Ook mag de ongeschiktheid van de werknemer niet het gevolg zijn van onvoldoende zorg van de werkgever voor scholing van de werknemer of voor de arbeidsomstandigheden van de werknemer. Daarnaast zal de werkgever moeten aantonen dat de werknemer niet binnen een redelijke termijn herplaatst kan worden in een andere passende functie.

Vast stond dat de werknemer de lesbevoegdheid heeft om als vakleerkracht Duits en Nederlands in het basisonderwijs te werken. Gelet hierop, en het feit dat de werkgever dit onvoldoende heeft onderbouwd, oordeelt de kantonrechter dat niet is gebleken dat de werknemer ongeschikt is voor het verrichten van de bedongen arbeid als vakleerkracht Duits en Nederlands, waardoor geen sprake is van een redelijke grond voor ontslag.

De Vrije School en de werknemer waren het wel eens over het feit dat de werknemer niet de lesbevoegd heeft om als groepsleerkracht te werken, maar de vraag die de Rechtbank moet beantwoorden is of dit ook voldoende reden is voor het ontslag van de werknemer.

De Rechtbank oordeelt als volgt:

  • De werknemer is door de werkgever niet tijdig in kennis gesteld van haar onbevoegdheid en daarmee haar ongeschiktheid om als groepsleerkracht te werken. Immers, de werknemer heeft jarenlang onbevoegd als groepsleerkracht gewerkt op de Vrije School en hiervan had de werkgever op de hoogte moeten zijn.
  • Deze ongeschiktheid is het gevolg van onvoldoende zorg van de werkgever voor scholing. Als de Vrije School de werknemer tijdig in kennis had gesteld, dan had de werknemer veel eerder kunnen beginnen met een zij-instroomtraject aan de PABO om de lesbevoegdheid voor groepsleerkracht te verkrijgen.
  • Er bestaat een mogelijkheid tot herplaatsing binnen een redelijke termijn. Werknemer kan alsnog een zij-instroomtraject aan de PABO volgen, waardoor zij direct inzetbaar is als groepsleerkracht. De werkgever heeft onvoldoende gemotiveerd dat de werknemer hiervoor onvoldoende gemotiveerd is om het traject succesvol te doorlopen.

2. Verstoorde arbeidsverhouding met de leerkracht

Nu er herplaatsingsmogelijkheden zijn voor de werknemer, is de kantonrechter van oordeel dat het ontbindingsverzoek evenmin kan worden toegewezen op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. Los daarvan overweegt de kantonrechter dat de Vrije school haar stelling dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, in het licht van de betwisting van de werknemer, onvoldoende heeft onderbouwd.

3. Andere gewichtige omstandigheden

Onder een redelijke grond voor ontslag wordt mede verstaan omstandigheden die zodanig zijn dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren (artikel 7:669 lid 3 sub h Burgerlijk Wetboek). Ook het beroep van de Vrije School op deze ontslaggrond faalt, omdat de werkgever geen omstandigheden heeft aangevoerd die dit ondersteunen. De jurisprudentie waarnaar de Vrije School verwijst maakt dit niet anders, omdat dit geen vergelijkbare situatie betreft. In die uitspraak was sprake van een situatie waarbij het minimaal twee jaar zou duren voordat de betreffende werknemer over het vereiste diploma zou beschikken om de bedongen arbeid te kunnen verrichten. In de uitspraak die ik hier beschrijf was de werknemer juist direct inzetbaar als groepsleerkracht zodra zij zou beginnen met het zij-instroomtraject aan de PABO.

(Kantonrechter Amersfoort 22 september 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:5099)

Heeft u als werkgever of werknemer een vergelijkbare zaak en vraagt u zich af of ontslag in uw geval wel haalbaar is, neem dan contact met ons op. Wij adviseren u graag.

Media

 
Naar het overzicht »