Telefoonnummer Hendrikx advocaten
+31 (0)297 - 25 00 18
Hendrikx advocaten

Adviesrecht Medezeggenschapsraad (MR) bij ontslag schoolleiding

21 juli 2016

R.P.J (Rob) Hendrikx


Adviesrecht MR

1. De MR op scholen bestaat uit personeel van de betreffende school en uit ouders van de kinderen op die school (art. 3 WMS).De MR heeft op verschillende terreinen advies- of instemmingsbevoegdheden. Voor sommige bevoegdheden geldt, dat alleen het personeelsdeel van de MR er gebruik van kan maken en het ouderdeel niet of vice versa. Ten aanzien van het ontslag van de schoolleiding heeft de MR als geheel (dus zowel het ouder- als het personeelsdeel) adviesbevoegdheid (art. 11 onder h WMS). De MR kan, indien het bevoegd gezag daarmee instemt, besluiten de adviesbevoegdheid om te zetten tot een instemmingsbevoegdheid. Indien hiertoe wordt besloten, dient dit te worden opgenomen in het medezeggenschapsreglement (art. 24 lid 2 WMS). Doorgaans zal de MR met betrekking tot het ontslag van de schoolleiding een adviesbevoegdheid toekomen. In dit memo zal nader worden toegelicht wanneer de MR adviesrecht heeft in geval van ontslag van de schoolleiding, wat de adviesbevoegdheid inhoudt en wat de gevolgen zijn ingeval het bevoegd gezag aan de adviesbevoegdheid voorbijgaat of het advies niet opvolgt.

Adviesrecht MR bij ontslag: in welke gevallen?

2. Het adviesrecht is de bevoegdheid van de MR om het bevoegd gezag te adviseren over een voorgenomen besluit. Zoals hierboven reeds genoemd, heeft de MR deze bevoegdheid bij het ontslag van de schoolleiding. Kortom, indien het bevoegd gezag overweegt om de schoolleiding te ontslaan, dient het bevoegd gezag alvorens het besluit definitief wordt genomen, advies in te winnen bij de MR (art. 11 onder h WMS).

3. De MR heeft het adviesrecht bij ontslag van de schoolleiding alleen niet indien de schoolleider vrijwillig en op eigen initiatief vertrekt.

4. Let wel, indien partijen overeenkomen om de dienstbetrekking te beëindigen en dit vast leggen in een beëindigingsovereenkomst, is het mogelijk dat de MR ook ten aanzien van dit ontslag (met wederzijds goedvinden) adviesrecht heeft. Om het vorenstaande nader toe te lichten wordt hieronder in het kort een zaak van de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS (hierna: Geschillencommissie) besproken.

Uitspraak Geschillencommissie

5. Op 19 augustus 2013 heeft de Geschillencommissie een belangrijke uitspraak gedaan. In deze zaak hebben de directeur en het bevoegd gezag een overeenkomst gesloten ter beëindiging van het dienstverband. De MR is hierbij niet om advies gevraagd. Uit een brief die naar de ouders is verzonden blijkt dat er sprake is van een “onoverkomelijk verschil van visie op de wijze waarop de werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd.” De Geschillencommissie concludeert hieruit, dat er ten minste sprake is van een tegenstrijdige visie van de wijze waarop de directiefunctie moet worden uitgevoerd. De omstandigheid dat de directeur akkoord gaat met een ontslag, kan niet worden aangemerkt als een ‘vrijwillig vertrek op initiatief van de directeur’, aldus de Geschillencommissie. Derhalve heeft de MR ook ten aanzien van dit geval adviesrecht. Dat partijen in de beëindigingsovereenkomst hebben opgenomen dat zij niets naar buiten brengen over de redenen van het ontslag, doet niets af aan dat recht.

6. Uit de vorenstaande uitspraak volgt dat bij elk ontslag, waarbij de schoolleider niet vrijwillig en op eigen initiatief zijn of haar ontslag indient, de MR adviesrecht heeft. Bovendien staat met het overeenkomen van een beëindigingsovereenkomst niet vast dat de schoolleider vrijwillig en op eigen initiatief vertrekt.

Mediation

7. Indien het bevoegd gezag en de schoolleiding naar aanleiding van een geschil een mediationtraject starten, hoeft de MR niet om advies te worden gevraagd. Ook het recht op informatie van de MR (art. 8 WMS) geldt op dat moment (nog) niet. Voor zover het bevoegd gezag tijdens een mediationtraject, al dan niet in overeenstemming met de schoolleiding, tot de conclusie komt dat het ontslag van de schoolleiding de enige optie is, kan dit worden aangemerkt als een voorgenomen besluit tot ontslag, waarvoor de MR om advies moet worden gevraagd.

Adviesrecht MR bij ontslag: wat houdt het in?

8. Bij de aanvraag van het advies moet door het bevoegd gezag de volgende vier punten in acht worden genomen:

  • A. Het advies wordt gevraagd op een zodanig tijdstip dat het advies nog van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming (art. 17 onder a WMS). 
  • B. Voordat de MR advies uitbrengt dient zij in de gelegenheid te worden gesteld om in overleg met het bevoegd gezag te treden (art. 17 onder b). Zodoende kan er een inhoudelijk gesprek plaatsvinden tussen bevoegd gezag en de MR, zodat de MR in staat wordt gesteld een gedegen advies op te stellen.
  • C. Na ontvangst van het advies moet het bevoegd gezag de MR zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte brengen of zij gevolg zal geven aan het advies (art. 17 onder c WMS). Indien het bevoegd gezag het advies van de MR niet volgt doet zij er verstandig aan om duidelijk te motiveren waarom hiervan wordt afgeweken. 
  • D. Indien het bevoegd gezag besluit om het advies niet te volgen, moet er nog éénmaal overleg met de MR worden gevoerd alvorens het besluit definitief wordt genomen (art. 17 onder d WMS).

Adviesrecht MR bij ontslag niet erkend of niet opgevolgd

9. Het bevoegd gezag kan naar het oordeel van de MR op twee manieren niet beantwoorden aan het adviesrecht. Ten eerste door te verzuimen om advies te vragen wanneer dit wel zou moeten. Ten tweede door, weliswaar wel advies van de MR te vragen, maar het advies niet op te volgen. Het vorenstaande zal hieronder nader worden toegelicht.

Adviesrecht niet erkend

10. Het bevoegd gezag kan oordelen dat voor een bepaald besluit advies van de MR niet nodig is, terwijl de MR van oordeel is dat op grond van de WMS, medezeggenschapsreglement of -statuut het besluit wel adviesplichtig is. Kortom, partijen hebben een verschil van interpretatie. Een dergelijk geschil kan ex art. 31 onder d WMS worden voorgelegd aan de Geschillencommissie. De Geschillencommissie zal in dat geval beoordelen of de MR al dan niet om advies had moeten worden gevraagd. Tegen de uitspraak van de Geschillencommissie staat de mogelijkheid tot beroep open bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam, zij het dat het beroep uitsluitend kan worden ingesteld ter zake dat de commissie een onjuiste toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in de WMS (art. 36 lid 4 WMS). Cassatieberoep tegen de uitspraak van de Ondernemingskamer is niet mogelijk (art. 36 lid 5 WMS).

11. Daarnaast dan wel in de plaats daarvan kan de MR zich tot de ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam wenden, met een vordering tot nakoming zoals bedoeld in artikel 36 WMS. Voor deze procedure geldt in tegenstelling tot de procedure bij de Geschillencommissie verplichte procesvertegenwoordiging.

Adviesrecht niet opgevolgd

12. Het bevoegd gezag kan besluiten om een negatief advies van de MR naast zich neer te leggen en over te gaan tot ontslag van de schoolleiding. Indien de MR van oordeel is dat de belangen van de school of de MR door dit besluit ernstig worden geschaad, kan het adviesgeschil ex art. 31 onder c WMS worden voorgelegd aan de Geschillencommissie. De MR heeft 6 weken de tijd om het geschil aan de Geschillencommissie voor te leggen. Deze termijn, ook wel ‘opschortingstermijn’ genoemd, gaat in op het moment dat het bevoegd gezag een definitief besluit neemt over het ontslag. Gedurende de opschortingstermijn mag het bevoegd gezag het besluit tot ontslag niet tot uitvoering brengen (art. 34 lid 1 WMS). Na het verstrijken van de termijn mag het besluit worden uitgevoerd, ook als de Geschillencommissie dan nog geen uitspraak heeft gedaan. Hierbij loopt het bevoegd gezag wel het risico dat het ontslag moet worden teruggedraaid na een uitspraak van de Geschillencommissie.

13. In het verleden beoordeelde de Geschillencommissie of het besluit zorgvuldig genomen werd. Sinds de invoering van de WMS wordt ook beoordeeld of het bevoegd gezag redelijkerwijs tot het besluit heeft kunnen komen. Hierbij zal de Geschillencommissie mede in beoordeling nemen of de belangen van de school of de MR ernstig zijn geschaad. De Geschillencommissie zal uiteindelijk een bindend oordeel vellen over de vraag of het ontslagbesluit al dan niet in stand kan blijven. Tegen de uitspraak van de Geschillencommissie staat de mogelijkheid tot beroep open bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam. Cassatie tegen de uitspraak van de Ondernemingskamer is niet mogelijk (art. 36 lid 5 WMS).

Geheimhouding

14. Mede gelet op het adviesrecht van de MR bij het ontslag van de schoolleiding, zullen al snel meerdere mensen kennis nemen van het voorgenomen ontslag. Het behoeft geen nadere uitleg dat doorgaans alle betrokken partijen er belang bij hebben dat niet alle ‘ins en outs’ van een voorgenomen ontslag openbaar worden. Zeker niet in de fase waarin een besluit (nog) niet definitief is genomen. In het kader van het vorenstaande verdient het aanbeveling, dat in het medezeggenschapsreglement van de MR, duidelijk wordt opgenomen ten aanzien van welke zaken de leden van de MR verplicht zijn tot geheimhouding. Daarbij zou bijvoorbeeld expliciet kunnen worden opgenomen dat die geheimhoudingsplicht geldt met betrekking tot ontslag van de schoolleiding.

15. Daarnaast adviseer ik het bevoegd gezag om op het moment dat het voorgenomen ontslag ter advisering aan de MR wordt voorgelegd, schriftelijk geheimhouding te bedingen. Zowel in het belang van de betrokken schoolleider als in het belang van het bevoegd gezag.

Mijdrecht, 21 juli 2016

R.P.J. (Rob) Hendrikx, advocaat bij en oprichter van Hendrikx Advocaten. Rob Hendrikx houdt zich dagelijks bezig met ambtenaren- en onderwijsrecht en is lid van de Nederlandse Vereniging voor Onderwijsrecht (NVOR) en de Vereniging van Advocaten en Rechtsbijstandverleners in het Onderwijs (VARO). Hebt u als schoolbestuur of (G)MR vragen over de procedure omtrent het ontslag van de schoolleiding of een andere onderwijsrechtelijke vraag, neem gerust contact met hem op.

 

 

 

 

Media

 
Naar het overzicht »